Evenredigheidsbeginsel zet bindingseis van 4 jaar opzij in Amsterdam

Vandaag ontving ik een mooie uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een urgentiekwestie. De rechtbank Amsterdam heeft daarin geoordeeld dat het onevenredig zou zijn om mijn cliënte de bindingseis van vier jaar tegen te werpen. Wat betekent deze bindingseis en waarom heeft de rechtbank deze in strijd geacht met het evenredigheidsbeginsel?

Als je in Amsterdam in aanmerking wilt komen voor een urgentieverklaring dan moet je in de vier jaar voorafgaand aan je aanvraag woonachtig zijn geweest in Amsterdam. Ben je korter woonachtig in Amsterdam, dan kan je nooit urgentie krijgen. Vanaf 1 januari 2021 geldt er een bindingseis van vier jaar, vóór 1 januari 2021 gold er een bindingseis van twee jaar.

Mijn cliënte, geboren in Turkije, is in 2017 naar Nederland gekomen. Zij is toen in een gewelddadige relatie terecht gekomen. Vanwege haar veiligheid is zij eerst geplaatst in de opvang van de Blijf Groep Rotterdam en later is zij in verband met haar veiligheid overgeplaatst naar Amsterdam. Omdat de opvang in Amsterdam eindigde en cliënte dakloos werd, heeft zij eind 2020 gebeld met de gemeente Amsterdam met de vraag of zij urgentie kon krijgen. Tijdens het telefonisch gesprek liet de gemeente cliënte weten dat haar aanvraag kansloos zou zijn. Desondanks heeft cliënte toch via maatschappelijk werk in 2021 een urgentieaanvraag ingediend. Deze werd vervolgens afgewezen, omdat cliënte niet voldeed aan de (vanaf 1 januari 2021 geldende) bindingeis van vier jaar.

Wij hebben aangevoerd dat de bindingseis van vier jaar in strijd is met het evenredigheidsbeginsel. Cliënte had immers in 2020 reeds contact opgenomen met de gemeente en toen voldeed zij nog wel aan de bindingseis van (de toen geldende) twee jaar. Bovendien was toepassing van de bindingseis onevenredig, omdat cliënte niet uit vrije wil naar Amsterdam was gekomen. Tot slot voerden wij aan dat het onevenredig zou zijn om de bindinginseis tegen te werpen, omdat cliënte bij geen enkele gemeente in Nederland binding had opgebouwd. Kortom, cliënte zou tussen wal en schip terecht komen als het standpunt van de gemeente stand zou houden. 

De rechtbank heeft de vrouw uiteindelijk in het gelijk gesteld en geoordeeld dat de gemeente Amsterdam de bindingseis van vier jaar niet had mogen tegenwerpen. De rechtbank achtte dit in strijd met het (steeds meer toegepaste) evenredigheidsbeginsel.

Laat u zich dus niet ontmoedigen door de bindingseisen van gemeenten in Nederland. Het heeft wel degelijk zin om (soms) hiertegen te procederen. Wederom een mooie uitspraak in de context van het evenredigheidsbeginsel!

Thomas Vetter